Categoriearchief: Wereldproblemen

De democratisering van de wereld: hebben we een wereldparlement nodig?

Het idee van een wereldparlement was reeds voorgesteld in de jaren twintig door de Volkenbond, de voorganger van de Verenigde Naties (VN). Sindsdien leeft dit idee voort onder de naam van een Parlementaire Vergadering van de Verenigde Naties (United Nations Parliamentary Assembly, UNPA). Veel wereldproblemen kunnen niet worden opgelost met lokale overheden. Denk aan klimaatverandering en macro- en monetaire economie. Mede daarom is er steun voor het tot stand komen van een UNPA aanwezig in de wereld. Hiernaast speelt het huidige ondemocratische karakter van wereldbestuur en de VN een rol. Om deze redenen is een democratisering op een mondiale schaal nodig, nu meer dan ooit. Zou een wereldparlement een oplossing kunnen zijn?

Globalisatie

Globalisatie heeft plaats gevonden gedurende de laatste eeuwen, of langer, afhankelijk van je definitie van globalisatie. Het gebruik van technologie (vliegtuigen, internet) hebben dit proces significant versneld. Samen met de verlaging van nationale barrières via handelsovereenkomsten, neigt globalisatie naar een situatie waar landgrenzen minder en minder betekenis hebben. Globalisatie heeft ons voordelen gebracht (met name de Westerse landen). Vrije handel heeft vaak meer competitieve prijzen als gevolg, en consumenten hebben een bredere keuze aan producten.

Er zijn echter ook grote problemen met globalisatie zoals die op dit moment plaatsvindt. Klimaatverandering, mensenrechten, sociale ongerechtigheid en de wereldeconomie hangen nauw samen met globalisatie. Onderliggende problemen hebben te maken met de invloed van multinationale ondernemingen op wetgeving, of het absent zijn van wetten (of handhaving) zodat multinationals kunnen doen wat ze willen. Dit wordt erger gemaakt door internationale handelsovereenkomsten, bijvoorbeeld door het recente Trans-Atlantisch Vrijhandels- en Investeringsverdrag (Transatlantic Trade and Investment Partnership, TTIP) en het Trans-Pacifisch Partnerschap (TPP, in februari ondertekend door diens twaalf natieleden). Deze twee verdragen dekken samen meer dan 60% van het bruto wereldproduct, wat de invloed van deze overeenkomsten benadrukt. In principe zijn deze overeenkomsten consistent met de groei van globalisatie, maar de nadelen lopen uiteen van beperkingen van culturele werken (boeken, muziek enz.) tot onbetaalbare medicijnen in de Derde Wereld en een nog grotere macht van multinationals boven overheden.

Oplossingen zouden kunnen worden gevonden in het introduceren van mondiale wetgeving (en het handhaven daarvan). Lester Brown suggereert bijvoorbeeld in Plan B dat we de uitstoot van koolstofdioxide 80% moeten terugdringen voor 2020, de populatie stabiliseren op acht miljard of lager, armoede moeten uitroeien en de natuurlijke systemen van de Aarde moeten herstellen, inclusief diens bodem, waters, wouden, grasland en visserijen. Het moge helder zijn dat als we een dergelijk ambitieus plan willen realiseren, wetten moeten worden aangepast en nieuwe wetten moeten worden geïntroduceerd. In het geval van CO₂-uitstoot, zouden zelfs minder ambitieuze plannen nieuwe wetgeving nodig hebben. Emissiehandel is hier overigens geen alternatief — het was van het begin af aan al helder voor elke denker dat dit nooit had kunnen werken.

Van de andere kant blijken nationale constituties (die aan het fundament zouden moeten liggen van onze rechtsstaat) vaak weinig effect te hebben op wetgeving. Wetgeving is vaak niet gehandhaafd (op de bedoelde manier). Daarom moeten we ook andere opties bekijken. Een duidelijk alternatief is de bottom-up-benadering. Het eerste waar je dan aan denkt zijn vereniging en demonstratie van burgers, het schrijven van brieven en andere acties. Hiernaast kan technologie helpen. Bitcoin, een decentrale, cryptografische valuta die draait op vrije software, is een goed voorbeeld van een dergelijke technologie. Maar met technologie alleen behalen we niet ons einddoel. Als we bijvoorbeeld Plan B willen verwezenlijken, moeten we wetten veranderen. Gezien zowel de grassroots- en technische benaderingen aan de ene kant en wetgevende benaderingen aan de andere kant onvolledig (of onoverbrugbaar) lijken, zou het een goed streven zijn deze verschillende ideeën te combineren zoals bijvoorbeeld de Piratenpartij probeert.

Als er een wereldoverheid was, zou het in principe mogelijk zijn om wereldwetgeving te introduceren en dit te handhaven. Dit zou een oplossing kunnen zijn voor vele wereldproblemen, hoewel er vragen zijn rondom de haalbaarheid, wenselijkheid en de noodzaak om een dergelijke mondiale politieke autoriteit te creëren. In het geval van een wereldfederatie, waarbij natiestaten een groot deel van de soevereiniteit behouden, zouden de vragen rondom de haalbaarheid en wenselijkheid (tirannieargument) minder belangrijk zijn. Wat betreft diens noodzaak, suggereert de reeds gegeven argumentatie dat een wereldoverheid nodig is.

De Wereldfederalisten Beweging (World Federalist Movement, WFM) is in 1947 opgericht door degenen die zagen dat de structuur van de VN te veel leek op die van de Volkenbond. De laatste had immers gefaald de tweede wereldoorlog te vermijden. Zowel de VN als de Volkenbond zijn losjes gestructureerde organisaties van soevereine natiestaten, en hebben weinig autonome macht. Een wereldfederatie, daarentegen, zou mondiale problemen kunnen beslechten in een veel directere manier dan momenteel internationale anarchie doet, aannemende dat die überhaupt iets met deze problemen doet. In combinatie met een subsidiariteitsprincipe, zouden het bovendien alleen mondiale problemen betreffen (bijv. de negatieve effecten van vrijhandel of klimaatverandering).

De invloed van de WFM is kleiner dan toentertijd voorgesteld. Desalniettemin speelt het een belangrijke rol in onze samenleving en beïnvloedt het wereldbestuur. Recente projecten van de WFM zijn:

  • Internationaal Strafhof (International Criminal Court, ICC);
  • Responsibility to Protect (R2P);
  • Parlementaire Vergadering van de Verenigde Naties (UNPA).

Het eerste project is bewerkstelligd, en er wordt gewerkt aan de andere twee projecten. Hier zijn we het laatste project aan het bespreken, wiens implementatie het democratisch tekort in dan wel de feitelijke wereld, dan wel die in een potentiële wereldoverheid, zou moeten beslechten.

Wereldparlement

Een UNPA bestaat uit direct-gekozen afgevaardigden van wereldburgers. De reden voor een dergelijk instrument is eenvoudig: om het democratisch tekort in wereldbestuur tegen te gaan. Dit tekort is op verschillende manieren terug te zien, uiteenlopend van klimaatverandering tot terrorisme, en vluchtelingenproblematiek tot economisch-monetaire problemen e.a. gevolgen van verkeerde geopolitiek. Als een wereldparlement wetten kan aannemen, zou een klimaatverdrag niet een verdrag zonder verplichtingen zijn maar iets afdwingbaars. Het zou niet meer worden geaccepteerd dat verdragen als TTIP in het geheim worden opgesteld: het parlement zou hierbij bij betrokken zijn en moet de wet aannemen. Een bijkomend voordeel van een wereldparlement zou zijn dat deze de belangen in overweging zou nemen voor de burgers wereldwijd.

In theorie is de introductie van een wereldparlement eenvoudig. Er zijn provisies in het Handvest van de VN: artikel 22 laat de Algemene Vergadering van de VN toe extra organen te introduceren als zij denkt dat dit nodig is voor het uitvoeren van haar functies. Op de eerste plaats zou een UNPA slechts als raadgevend orgaan fungeren zodat haar creatie niet onderhevig is aan het veto van de vijf permanente leden van de Veiligheidsraad.

In het begin zou een UNPA alleen adviserende rol hebben. Het zou al een grote vooruitgang zijn als VN-parlementariërs een dialoog hebben met de Veiligheidsraad e.a. organen (Childers en Urquhart, 1994, p. 180; Schwartzberg, 2012).

Er zijn potentiële problemen met een wereldparlement, uiteenlopend van vragen rondom de samenstelling van de leden van het parlement tot of deze überhaupt het wenselijke resultaat heeft.

In "Creating a World Parliamentary Assembly" van Schwartzberg (2012) wordt met name gekeken naar het feit dat er veel mensen in China en India wonen. Dit zou een probleem zijn omdat deze via een wereldparlement een te sterke invloed zouden hebben. Hij snijdt dit probleem aan in The Federalist Debate (Schwartzberg, 2002) en legt zijn alternatief voor als wiskundig model in een monografie (Schwartzberg, 2012). Zijn vergelijkingen geven een alternatief voor het principe one person, one vote. In dit alternatief hebben landen met grote populatie een mindere mate van invloed dan zij zouden hebben met one person, one vote. Een dergelijk objectief criterium zou een stap hiernaar zijn, maar zou ook tegemoet komen aan huidige geopolitieke machtsverhoudingen: het zou op deze wijze eerder geaccepteerd worden door machtige landen waar relatief weinig mensen wonen. De kern van zijn model, inclusief vergelijkingen, worden weergegeven en bekritiseerd door Van Hulten (2014). Hierin breng ik vier argumenten naar voren tegen het afwijken van one person, one vote. Op de eerste plaats hebben natiestaten al relatief veel macht via de Algemene Vergadering van de VN. Op de tweede plaats zijn er morele problemen met het idee, vergelijkbaar met tijden waarin vrouwen, of mensen van een andere huidskleur, niet mochten stemmen of een gereduceerd stemgewicht hadden. Ten derde zou een gewogen stemming ons kunnen weerhouden een eigenlijk, eerlijk wereldparlement op te richten. Het zou moeilijk kunnen blijken de opzet van het aanvankelijke parlement met gewogen stemmen te veranderen. Tenslotte zijn gewogen stemmen onnodig: landgrenzen zouden niet belangrijk moeten zijn, en zullen dat waarschijnlijk ook steeds minder zijn in de toekomst. Ik stel daarom voor het principe van one person, one vote te gebruiken bij het invoeren van een wereldparlement.

In ons vertrouwde electoraal-representatieve systeem van democratie kiezen we onze representatieven eens per vier jaar. Nadat we gestemd hebben, verliezen we effectief onze stem voor de volgende vier jaar. Een politicus belooft bepaalde dingen die deze vaak niet nakomt in diens machtsperiode, en er is niet veel dat we hiertegen kunnen doen. We zouden op elk moment ons mandaat moeten kunnen terugtrekken en aan iemand anders kunnen geven, of we nemen zelf de besluiten. Dit kan niet in een electoraal-representatief systeem; we hebben directe en vloeiende democratie nodig. Hierbij ligt de invloed van de stem bij delegaten in plaats van representatieven (Van Hulten, 2014; referenties hierin).

Vloeiende democratie is anders dan representatieve democratie, omdat er geen representieven worden gekozen voor een vaste periode (typisch vier jaar). Op elk moment kan een persoon een andere afgevaardigde kiezen. Gezien er nog steeds afgevaardigden zijn, is het niet hetzelfde als directe democratie. Er is echter wel de optie van directe participatie, en een met een veel lagere drempel dan in ons huidige systeem (passief kiesrecht). Als mensen expertise over een bepaald onderwerp hebben, kunnen zij direct meediscusiëren en -besluiten over specifieke zaken. Bovendien kunnen ze delegaten van anderen zijn. Vloeiende democratie is misschien zelfs essentieel in het bereiken van werkelijk democratische deliberatie en besluitvorming in onze samenleving.

Mijn voorlopige conclusie is dat een wereldparlement nodig is maar dat er aan de volgende noodzakelijke (niet voldoende) condities moet worden voldaan bij het introduceren hiervan:

  • Eén persoon, één stem;
  • Bijna zekerheid van eerlijke verkiezingen in deelnemende landen;
  • Uitbreidbaarheid van de manier van participeren buiten het electoraal-representatieve model (waaronder vloeiende democratie en sociocratie).

Literatuur:

  • Van Hulten, Marco (2014). Democratisation of the World: Do We Need a Global Parliament? Paper gepresenteerd in Frankfort tijdens de eerste ThinkTwice-conferentie.
  • Brown, L. R. (2003). Plan B: Rescuing a planet under stress and a civilization in trouble. WW Norton & Company.
  • Gilad, Oded (2013). Breaking the borders of national democracy. The Federalist Debate, (2), 44-45.
  • Schwartzberg, J.E. (2002). Creating a World Parliamentary Assembly. The Federalist Debate, (3), 10-16.
  • Schwartzberg, J.E. (2012). Creating a World Parliamentary Assembly: An Evolutionary Journey. Lulu.com.
  • United Nations, Urquhart, B., & Childers, E. (1994). Renewing the United Nations System. Development Dialogue 1994:1-2.

Marco van Hulten, 2016, Creative Commons Attribution-ShareAlike 4.0 International

Wereldproblemen vragen om een wereldwijde aanpak

  • Inleiding
  • Geschiedenis van het federalisme
  • Hedendaags federalisme
  • Verschillende bestuursniveaus
  • Mensenrechten
  • Federalisme is geen centralisme
  • Wereldfederalistische organisaties
  • De WFBN is al sinds 1947 actief
  • Vrede en veiligheid
  • Kernwapens
  • Armoede
  • Milieu
  • De internationale economie
  • Mensenrechten
  • Vluchtelingen
  • Antarctica
  • De oceanen
  • De ruimte
  • Een federaal wereldbestuur
  • Werkterreinen
  • Democratie
  • Van Verenigde Naties naar wereldregering
  • Hervorming van de Veiligheidsraad
  • Verdere stappen
  • Regionale samenwerking
  • Versterking van het internationale recht
  • Verschillende bestuursniveaus
  • Volksvertegenwoordiging
  • Mensenrechten
  • Federalisme is geen centralisme
  • Wereldfederalistische organisaties

Inleiding

De wereld gaat het derde millennium in met een aantal grote uitdagingen, om niet te zeggen levensbedreigende gevaren. Ondanks het einde van de koude oorlog is de dreiging van kernwapens nog niet verdwenen. De kloof tussen arm en rijk neemt wereldwijd nog steeds toe. Zo ook de vernietiging van het milieu.

De oplossing van al deze problemen vereist vergaande internationale samenwerking.Maar niet alleen de noodzaak tot wereldwijde samenwerking wordt steeds groter, gelukkig nemen ook de mogelijkheden daarvoor toe. De wereld wordt steeds kleiner. De contacten tussen de volkeren nemen toe, door televisie, door Internet, doordat steeds meer gereisd wordt en ook doordat de samenleving in veel landen steeds pluriformer wordt. Dit leidt soms tot spanningen, maar zeker ook tot meer begrip voor anderen en meer betrokkenheid.

De gedachte wint terrein, dat ieder mens bepaalde rechten en plichten heeft, die niet ondergeschikt zijn aan de belangen van een natiestaat, van een multinational of van een religieuze groepering; de gedachte dat de mensen over de hele wereld verantwoordelijk zijn voor elkaars welzijn. Hieraan ontlenen de wereldfederalisten hun hoop…

Geschiedenis van het federalisme

De wereld gaat het derde millennium in met een aantal grote uitdagingen, om niet te zeggen

Al sinds de Middeleeuwen wordt er gedacht over het vreedzaam naast elkaar leven van de volkeren. Regelmatig worden er plannen gepresenteerd voor wereldvrede en statenbonden. Vaak betreft dit laatste een verenigde Christenheid, maar soms wordt de hele wereld erbij betrokken. De meeste plannen hebben geen praktische invloed: het zijn curiosa.

Pas in de 18e eeuw, de tijd van de Verlichting, blijft het niet bij utopieën. In deze tijd raakt het besef wijdverbreid dat de mens zijn omgeving naar zijn hand kan zetten: het maakbaarheidsdenken is geboren. Ook op het politieke vlak vindt dit uitdrukking. Bij de monarchie als vanzelfsprekende staatsvorm worden vraagtekens gezet.

Een filosoof die hierover denkt is Kant. In zijn ‘Zum Ewigen Frieden’ worden ideeën geschetst die sindsdien in federalistische kringen steeds weer opduiken.

Praktische betekenis heeft de onafhankelijkheidsstrijd van de Engelse koloniën in Noord-Amerika. Ontstaan uit onvrede over wanbeleid wordt al snel een basis gezocht in het actuele denken. Gepoogd wordt om een staatsinrichting tot stand te brengen, gebaseerd op de ideeën van de Verlichting en geïnspireerd op de Oudheid, die als voorbeeld voor de mensheid moet dienen. Aldus ontstaan niet dertien onafhankelijke staten maar de Verenigde Staten van Amerika. Eerst zijn de Verenigde Staten een statenbond met niet meer gemeenschappelijk dan een leger en het buitenlands beleid. Dan, tegen het einde van de 18e eeuw, worden zij de eerste bondsstaat. De moderne federale staat is geboren en wordt voor velen een voorbeeld.

Na de Tweede Wereldoorlog zijn veel Europese landen steeds nauwer gaan samenwerken. De verschillen in geschiedenis, taal en cultuur tussen deze landen zijn veel groter dan tussen de Amerikaanse staten. Daarom kan de Europese eenwording een belangrijk voorbeeld voor de rest van de wereld worden.

Hedendaags federalisme

Uitgangspunt van het federalisme is dat verschillende volkeren, ieder met hun eigen cultuur, naast elkaar bestaan en nauw samenwerken tot wederzijds voordeel, zonder hun eigen identiteit op te geven. Eenheid in verscheidenheid is de hoofdgedachte van de federale

staat.Het moderne federalisme gaat uit van een aantal kernbegrippen. Hieraan zal elke staatsvorm moeten voldoen die zich federaal noemt.

Verschillende bestuursniveaus

Op de eerste plaats kenmerkt een federale staat zich door het naast elkaar bestaan van een aantal bestuursniveaus met eigen verantwoordelijkheden. Dat wil zeggen: gemeenten, provincies enz. hebben elk hun eigen taken en zijn daarover niet aan elkaar verantwoording schuldig.

Bij de afbakening van deze bevoegdheden wordt het subsidiariteitsbeginsel gehanteerd. Dat betekent dat bevoegdheden liggen op het laagste niveau, waar deze effectief kunnen worden aangepakt. Een voorbeeld: het ophalen van huisvuil kan het beste gebeuren dooe de gemeente en niet door de provincie of zelfs het Rijk. Vuilverbranding kan daarentegen best een zaak zijn voor ee hoger niveau. Zo’n installatie heeft immers een bepaalde minimale omvang nodig om goed te kunnen werken. Bovendien blijft de rook uit de schoorsteen niet boven één gemeente hangen, maar verspreidt zich over een groter gebied

Mensenrechten

Waarborging van de mensenrechten is essentieel voor de bescherming van de individuele burger tegen het overheidsapparaat. Integraal onderdeel van de grondwet is dan ook een opsomming van de onvervreemdbare rechten van elke wereldburger (zoals de Amerikaanse Bill of Rights), waar een ieder zich rechtstreeks op kan beroepen.

Federalisme is geen centralisme

Waar federalisten beslist niet naar streven is naar centralisme. De besluitvorming in Engeland en Frankrijk, waar de centrale regering de belangrijkste besluiten neemt, is niet ideaal. Ook de situatie in Nederland, waar besluiten van de gemeenteraad pas geldig worden als ze door de provincie zijn goedgekeurd, is principieel ongewenst.

Door democratisering op mondiaal niveau, respectering van de mensenrechten, verdwijnen van autoritaire regimes en grotere mondigheid dankzij een goede opvoeding en scholing zal een werelddictatuur onwaarschijnlijk zijn.

Tegenstanders van verdergaande Europese eenwording, zoals bijvoorbeeld de Conservatieven in het Verenigd Koninkrijk, schetsen regelmatig een beeld van een Europese Unie, waar de commissie in Brussel alles regelt en beslist. Zij geven hiermee bewust een karikatuur, een onjuist beeld, van wat de federalisten willen. Zij verwisselen de begrippen federalisme en centralisme.

Wereldfederalistische organisaties

In de jaren ’30 ontstonden in Engeland en de Verenigde Staten de eerste federalistische organisaties. De Federal Union is de bekendste hiervan. In 1940, tijdens de slag om Frankrijk, bood onder hun invloed de Britse regering aan Frankrijk aan om een Brits-Franse federatie te vormen om zo de strijd tegen nazi-Duitsland voort te zetten. Zoals bekend had dit geen vervolg. Frankrijk sloot liever een wapenstilstand met de Duitsers.

In de oorlog ontstond in continentaal Europa, met name in kringen van het verzet, grote belangstelling voor het federalisme. Men hoopte op deze manier een nieuwe wereldoorlog te voorkomen.

In 1947 werd een groot federalistisch congres gehouden in het Zwitserse Montreux. Daar werden overkoepelende organisaties van Wereldfederalisten en Europese Federalisten opgericht. Na enige naamsveranderingen heet de eerstgenoemde organisatie nu de World Federalist Movement (WFM). Zij is gevestigd te New York en heeft afdelingen in vele landen. De Nederlandse afdeling heet de Wereld Federalisten Beweging Nederland (WFBN)

De WFBN is al sinds 1947 actief

n de jaren ’50 sprak het federalisme vele mensen aan. De WFBN had toen meer dan 10.000 leden en vele afdelingen. Met de komst van de welvaart en het vervagen van de herinneringen aan de oorlog verminderde het aantal leden.

De WFBN is momenteel actief op veel gebieden die aan het wereldfederalisme raken, zoals de mensenrechten, vrede en veiligheid, ontwikkelingssamenwerking, de Europese éénwording en de Verenigde Naties. De WFBN organiseert discussies en conferenties over deze onderwerpen, of stelt informatiemateriaal daarover samen. Een voorbeeld van het laatste is een brochure die de WFBN heeft uitgebracht over de ontwikkeling van het internationaal recht, in het kader van het VN-decennium voor het internationaal recht.

De WFBN werkt vaak samen met verwante organisaties, zoals met religieuze groeperingen of met Europese federalisten.

Vrede en veiligheid

Oorlog is sinds het begin van de geschiedenis een plaag die de mensheid teistert. Sinds de uitvinding van kernwapens kan een oorlog zelfs leiden tot het uitroeien van de hele mensheid

Al heel lang worden pogingen gedaan om oorlog uit te bannen. In Den Haag werden in 1899 en 1907 Vredesconferenties gehouden. In 1913 is daar het Vredespaleis geopend. De praktische betekenis hiervan is echter gering geweest.

Na de Eerste Wereldoorlog is de Volkenbond opgericht, die onder meer moest bijdragen aan het voorkomen van oorlogen. De Volkenbond kon echter alleen besluiten nemen bij unanimiteit. Hij stond machteloos tegenover de invallen van Japan in China en de Italiaanse verovering van Ethiopië.

Na de Tweede Wereldoorlog was de wil aanwezig een krachtiger organisatie op te richten: de Verenigde Naties. In het handvest van de VN werden mogelijkheden geschapen om een agressor tot de orde te roepen. De Veiligheidsraad van de VN heeft de bevoegdheid om, onder bepaalde voorwaarden, economische sancties op te leggen en zelfs om troepen te sturen om vrede af te dwingen.

Lange tijd heeft de VN nauwelijks van haar bevoegdheden gebruik kunnen maken vanwege de tegenstellingen tussen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie. Deze landen behoren, naast Engeland, Frankrijk en China, tot de vijf permanente leden van de Veiligheidsraad en hebben het recht van veto.

Inmiddels is de Koude Oorlog afgelopen. De dreiging van een atoomoorlog is verminderd. De wereldwijde uitgaven aan bewapening zijn een paar jaar achter elkaar omlaag gegaan. Door de verdwijning van de oude Oost-West tegenstelling zijn er nieuwe kansen gekomen voor gezamenlijk optreden in VN-verband. Het aantal vredesoperaties is sterk gestegen.

Tegelijkertijd zijn echter ook de risico’s voor de deelnemende landen duidelijk geworden, evenals de moeilijkheden die het indammen van een reeds sterk geëscaleerd conflict met zich meebrengt. Verschillende landen hebben inmiddels trauma’s opgelopen, zoals Nederland in Srebrenica, België in Ruanda en de Verenigde Staten in Somalië. Daarentegen zijn ook veel goede resultaten behaald, o.a. in Cambodja.

Wereldfederalisten vinden het van het grootste belang dat de VN zich blijven inspannen om gewapende conflicten te voorkomen dan wel te beëindigen. Het is het beste als een mogelijk conflict zo vroeg mogelijk gesignaleerd wordt, want dan is de kans op succesvolle bemiddeling het grootst.

Kernwapens

Kernwapens vormen nog steeds één van de grootste gevaren voor het voortbestaan van de mensheid. Om dit gevaar te verminderen is het allereerst belangrijk dat het aantal landen dat kernwapens heeft zo klein mogelijk blijft. Een stap in deze richting is gezet in 1969, toen een groot aantal landen het Non-Proliferatieverdrag heeft getekend. Daarmee beloofden landen die geen kernwapens bezaten, ze ook niet te ontwikkelen. Landen die ze wel bezaten, beloofden ze niet aan andere landen te leveren. Het verdrag, dat in 1994 voor onbepaalde tijd is verlengd, erkent vijf kernwapenstaten, namelijk de vijf permanente leden van de Veiligheidsraad. Niet alle landen hebben het Non-Proliferatieverdrag getekend. Bovendien houden niet alle ondertekenaars zich eraan.

Een bezwaar van veel landen is de ongelijkheid tussen de kernwapenstaten en de niet-kernwapenstaten. Deze ongelijkheid werd in het verdrag gerechtvaardigd doordat er tegelijkertijd een verplichting werd opgenomen voor de kernwapenstaten om door onderhandelingen tot een geleidelijke afschaffing van kernwapens te komen. De Verenigde Staten en Rusland hebben hiertoe reeds belangrijke stappen gezet. Engeland, Frankrijk en China weigeren tot nu toe echter over vermindering te praten, omdat zij ‘slechts’ enkele honderden kernwapens hebben. Dit probleem speelde ook een belangrijke rol bij de onderhandelingen over het verdrag over een wereldwijd verbod op kernproeven. India weigerde om deze reden om dit verdrag te tekenen

In het belang van de veiligheid van de hele wereldbevolking, moeten op termijn alle kernwapens worden verboden. Een controlerende instantie (in het Non-Proliferatie-verdrag is dat het Internationaal Atoomenergiebureau) moet de volledige bevoegdheid krijgen op waar ook ter wereld nucleaire installaties te inspecteren.

Armoede

Eén van de grootste wereldproblemen is het enorme verschil in welvaart tussen rijke en arme landen. Er is nog geen zicht op een substantiële verkleining van deze kloof. Weliswaar ontwikkelen enkele Zuidoost-Aziatische landen zich snel naar een Westers welvaartsniveau, maar voor miljarden mensen in o.a. India, Afrika en Latijns-Amerika is er nauwelijks perspectief.

Op eigen kracht zullen de landen in het zuiden zich slechts met moeite kunnen ontwikkelen. Ondersteuning door de rijke landen is dringend noodzakelijk.

Vanzelfsprekend zullen de arme gebieden veel, zelfs het merendeel, zelf moeten doen. Effectief bestuur, een verstandig economisch beleid en de vreedzame oplossing van interne problemen zijn essentieel.

De rijke landen zullen hun grenzen zo veel mogelijk moeten openstellen voor de agrarische en industriële produkten van deze gebieden en indien noodzakelijk technische kennis overdragen, voedselhulp verlenen en financiële ondersteuning verstrekken. Wat dit laatste betreft: in VN-verband is twintig jaar geleden al afgesproken dat de rijke landen 0,7 % van hun bruto nationaal produkt als ontwikkelingshulp zouden verstrekken. Deze afspraak wordt echter door het merendeel van de rijke landen niet nagekomen. Bovendien is een aantal wetenschappers van mening dat dit percentage eigenlijk te laag is: pas 2 of 3 % zou echt zoden aan de dijk zetten.

Ook hier wordt dus weer duidelijk dat fraaie internationale afspraken gepaard moeten gaan met controle op de naleving ervan. Boven de naties van de aarde is een effectieve instelling met een reëel gezag op een beperkt aantal terreinen onontbeerlijk, die de souvereiniteit van nationale regeringen op deze terreinen overneemt.

Milieu

De laatste tientallen jaren blijkt steeds duidelijker dat de mensen hun leefomgevinig op drastische wijze aan het veranderen zijn. Water, lucht, bodem en ruimte raken vervuild met schadelijke stoffen. Bossen worden gekapt, grond spoelt op grote schaal weg of raakt op andere wijze ongeschikt voor gebruik.

De gevolgen hiervan blijven niet beperkt tot de directe omgeving, maar strekt zich ver uit. In een aantal gevallen zelfs over de gehele wereld, zoals de uitstoot van gassen die de ozonlaag aantasten en die bijdragen aan een algehele opwarming van de planeet. Natuurlijke hulpbronnen die vroeger oneindig leken, zoals schoon water, worden steeds meer de aanleiding tot internationale geschillen.

Langzamerhand ontstaat het besef dat drastische maatregelen nodig zijn. Daarbij komt men al gauw tot de conclusie dat dit in internationaal verband moet gebeuren, niet alleen omdat de milieuvervuiling grensoverschrijdend is, maar ook omdat eenzijdige milieuheffingen de concurrentiepositie van het nationale bedrijfsleven ondermijnen.

Het maken van afspraken blijkt echter zeer moeilijk te zijn. In Europa zijn voorbeelden van een zeer moeizame gang van zaken de diverse Rijn-, Maas- en Noordzeeconventies. Ook de uitvoering van de gemaakte afspraken verloopt stroef, bij gebrek aan een instelling die de uitvoering van de besluiten kan afdwingen.

Op wereldniveau speelt hetzelfde. Het aantal gesprekspartners is dan nog veel groter en de belangen lopen nog veel verder uiteen. De UNCED-conferentie in Rio de Janeiro heeft bewezen dat alleen vrijblijvend overleg tussen regeringen niet veel resultaat oplevert.

Er wordt wel gedacht om, via de VN, een milieu-veiligheidsraad in te stellen, die besluiten om tot bescherming van het milieu te komen uiteindelijk kan opleggen, zodat ook onwillige regeringen zich zullen houden aan gemaakte afspraken.

De internationale economie

De problemen van de wereldeconomie kunnen niet worden aangepakt door een land apart. Internationale samenwerking is noodzakelijk voor een goede gang van zaken.

Uitgangspunt van handelen moet zijn dat economische groei, rechtvaardige verdeling van de welvaart en milieubescherming hand in hand gaan. Op wereldniveau zal moeten worden gestreefd naar een duurzame samenleving, die voorziet in de basisbehoeften van iedere wereldburger.

Op terreinen als internationale handelsstromen, wisselkoersstabiliteit en overdracht van middelen naar de Derde Wereld heerst tot nu toe vooral het recht van de sterkste.

De internationale handel verloopt niet onbelemmerd. Hoewel de economische theorie leert dat vrije en onbelemmerde internationale handel op den duur in ieders voordeel is, is de praktijk heel anders. In veel landen hebben lobbygroepen die opkomen voor deelbelangen een grote invloed. Zij zijn in staat om hun eigen belangen te beschermen (niet die van hun afnemers), o.a. door middel van invoerrechten, invoerquota en “vrijwillige” invoerbeperkingen. Bekende voorbeelden van dit soort praktijken zijn het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid van de Europese Unie, het Multivezelakkoord voor textielprodukten, de “vrijwillige” invoerbeperkingen die de Verenigde Staten afdwingen en de achter hoge tolmuren verscholen inefficiënte industrieën in een aantal ontwikkelingslanden. Het gevolg hiervan is de instandhouding van inefficiënte bedrijfstakken, hogere prijzen voor consumenten en een geringere export voor de landen, die het meest geschikt zijn voor het vervaardigen van het betreffende produkt.

De grootste slachtoffers hiervan zijn Oost-Europa en een aantal ontwikkelinglanden. Oost-Europa kan sommige landbouw- en industrieprodukten veel goedkoper leveren dan de EU, die echter de eigen produkten beschermt door hoge importheffingen en exportsubsidies. Veel ontwikkelingslanden zouden tegen lage prijzen goede landbouwprodukten kunnen uitvoeren en eenvoudige industriële goederen (met name textiel). “Trade, not aid” is dan ook een veel gehoorde uitspraak.

De laatste jaren hebben veel onderhandelingen plaatsgevonden over de vrijmaking van de wereldhandel. De handelsbelemmeringen zijn inderdaad verminderd, maar nog lang niet verdwenen. Voor dit beleidsterrein is een nieuwe organisatie opgericht: de World Trade Organisation, als opvolger van de meer vrijblijvende GATT.

De liberalisering van de wereldhandel maakt weer nieuwe problemen zichtbaar. Bepaalde landen kunnen “efficiënter” produceren dan hun concurrenten doordat ze minder strenge eisen stellen op het gebied van arbeidsomstandigheden en milieubescherming, omdat ze kinderarbeid toestaan of omdat de producenten van landbouwprodukten worden uitgebuit door tussenhandelaren. Op deze manier verplaatst de produktie en dus de werkgelegenheid zich naar de plaatsen waar de uitbuiting en de milieuvernietiging het grootst is.

Gewetensvolle consumenten letten op keurmerken die aangeven of de produktie op een mens- en milieuvriendelijke manier gebeurt, maar voor de meesten telt toch gewoon de laagste prijs. Daarom is ook op dit terrein internationale regulering dringend gewenst

Mensenrechten

De rechten van de mens krijgen de laatste decennia steeds meer aandacht. Bovendien wordt steeds meer de gedachte aanvaard, dat de mensenrechten de rechten van de nationale staat overstijgen en dat hierop internationaal toezicht moet zijn. Dit weerspiegelt zich in de opstelling van een aantal internationale verdragen en de instelling van internationale gouvernementele organisaties. Tekenend is ook de bloei van een particuliere wereldomvattende organisatie als Amnesty International.

De verschrikking van oorlogen leidden tot de eerste internationale afspraken over mensenrechten. Hierbij kan men denken aan de Geneefse Conventies inzake de behandeling van krijgsgevangenen en hoe om te gaan met niet-meevechtende burgers.

De Tweede Wereldoorlog gaf een impuls aan verdergaande stappen. In Neurenberg en Tokyo werden Duitse en Japanse oorlogsmisdadigers berecht voor Internationale Tribunalen. De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens werd door een groot aantal landen ondertekend, evenals verwante verdragen over vluchtelingen, over kinderen en tegen martelingen. Een ander belangrijk verdrag is het verdrag van New York, inzake o.a. de sociale grondrechten, en diverse verdragen van de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) over de rechten van werknemers.Knelpunt bij al deze verdragen is de uitvoering. Kwaadwillende regeringen kunnen het naleven ervan naast zich neerleggen. Mensenrechtenschendingen worden gesignaleerd door particuliere organisaties en door rapporteurs van o.a. de VN-commissie voor de Mensenrechten. Veroordeling van de schendingen door deze commissie helpt vaak niet, omdat afdwinging tot nu toe onmogelijk is.

Vluchtelingen

Vluchtelingen, of het nu economische of politieke vluchtelingen zijn, verlaten hun moederland nooit voor hun plezier. De reden is het gebrek aan bestaansmogelijkheden, en soms acuut levensgevaar, in het land van herkomst. De belangrijkste oorzaken hiervan zijn oorlog, milieuvernietiging en economische malaise.

De beste manier om iets aan het vluchtelingenvraagstuk te doen, is er voor te zorgen dat iedereen veilig kan leven en voldoende middelen van bestaan heeft. Dat vereist echter een mondiale aanpak. Voor individuele landen is het gemakkelijker om de eigen grenzen net iets beter af te grendelen dan de buurlanden, zodat ze niet zelf de problemen hoeven op te lossen. Dat kan echter nooit een duurzame oplossing zijn.

Overige wereldomspannende zaken

Naast de eerder genoemde onderwerpen die de mensheid als geheel aangaan, is er nog een aantal andere belangrijke zaken die het beste in wereldwijd verband kunnen worden aangepakt.

Antarctica

Antarctica is een uniek en ongerept continent. Hoewel enkele landen er aanspraken op uitoefenen, is van verdeling gelukkig nog geen sprake. Dat zou ook zo moeten blijven. Als gemeenschappelijk erfgoed van de mensheid zou Antarctica onder een aparte Autoriteit moeten komen, als onderdeel van de VN

De oceanen

Hetzelfde geldt met de nodige wijzigingen voor het beheer van de oceanen. Om overbevissing, vervuiling en onbeheerste delfstoffenwinning te voorkomen, moeten de al bestaande plannen om tot een aparte Autoriteit hiervoor te komen worden uitgevoerd. Een probleem hierbij is de houding van o.a. de Verenigde Staten. Dit land beschikt over de technologie om delfstoffen van de oceaanbodems op te vissen en is niet geneigd zijn voorsprong op dit gebied op te geven.

De ruimte

Ruimteonderzoek is te duur om door één land te worden uitgevoerd. De al bestaande internationale samenwerkingsverbanden zouden moeten worden geïntensiveerd en onder een nieuw op te richten VN-ruimtevaartagentschap gebracht. Zo kan de onderzoeksdrift van de mensheid in goede banen worden geleid. Bovendien kan dan het militaire gebruik van de ruimte, zo al niet voorkomen, dan toch wel binnen zekere perken worden gehouden.

Een federaal wereldbestuur

Wereldfederalisten vinden dat de grote grensoverschrijdende problemen moeten worden aangepakt door een federaal wereldbestuur. Dit bestuur zal zich met een beperkt aantal zaken bezighouden, effectieve bevoegdheden en middelen hiervoor bezitten en op democratische wijze worden samengesteld. Instelling van een centralistische, laat staan dictatoriale, regering is absoluut ongewenst. Evenmin zal een van de huidige staten hierin een overweldigende invloed mogen hebben.

Werkterreinen

Het in te stellen federale wereldbestuur zal zich met een beperkt aantal zaken moeten bezighouden, nl. alleen die zaken die alleen of beter op mondiaal niveau kunnen worden opgelost. Alle andere onderwerpen behoren tot de taak van lagere overheden zoals bijvoorbeeld de Europese Unie, de nationale regering, de provincie of de gemeente.

De aandachtsgebieden op wereldniveau zijn vooral handhaving van vrede en veiligheid, coördinatie van internationale economische betrekkingen en muntstelsels, ontwikkelingshulp, stellen van normen t.a.v. de vervuiling van de atmosfeer en de oceanen, het beheer van de oceaanbodem, van Antarctica en van de ruimte.

Op deze werkterreinen zullen maatregelen getroffen moeten worden om te komen tot een effectief en efficiënt uitvoeren van de noodzakelijke maatregelen. Hierbij moet het belang van de aarde en van de mensheid als geheel op langere termijn maatgevend zijn. De wereldregering moet staan boven nationale en regionale deelbelangen.

Democratie

Een wereldregering zal democratisch moeten zijn. Dat wil zeggen, zij moet verantwoording afleggen aan een in vrije en rechtstreekse verkiezingen gekozen volksvertegenwoordiging. Dit VN-parlement zal bovendien de door de wereldregering voorgestelde wetten en verordeningen moeten goedkeuren. Daarnaast kan deze volksvertegenwoordiging nog een soort Senaat kennen. De Senaat zou kunnen bestaan uit vertegenwoordigers van de lidstaten, bijv. 2 of 3 rechtstreeks gekozenen per lidstaat. Beide kamers zouden met meerderheid van stemmen moeten beslissen. Op deze wijze worden beslissingen gedragen door zowel een meerderheid van de wereldbevolking als een meerderheid van de lidstaten.

Van Verenigde Naties naar wereldregering

De huidige situatie staat ver van het hiervoor geschetste ideaalbeeld af. De huidige VN heeft geen uitvoerende macht, geen rechtstreeks gekozen afgevaardigden en slechts weinig beslissingsbevoegdheden. Het vetorecht van de grote mogendheden in de Veiligheidsraad verlamt de daadkracht van de volkerenorganisatie.

De meest begaanbare weg naar een wereldregering is desondanks een hervorming van de Verenigde Naties. Oprichting van een nieuwe organisatie lijkt een doodlopende weg. Het Handvest van de VN bevat namelijk de mogelijkheden om tot herziening te komen. Stap voor stap, in de loop van enkele decennia, moet het mogelijk zijn om tot een effectieve wereldregering te komen.

Op korte termijn kan aan een groot aantal zaken gewerkt worden. Het functioneren van de huidige gespecialiseerde organisaties, zoals de FAO of en Unesco, moet kritisch worden bekeken. Men moet niet aarzelen om zo nodig de bezem te halen door verkokerde en verstarde bureaucratieën, die het draagvlak voor de uitbreiding van taken en bevoegdheden voor de VN ondermijnen.

Daarnaast bevat het huidige handvest van de VN een aantal mogelijkheden die tot nog toe een dode letter zijn gebleven. De bekendste is de instelling van een comité van chefs van staven van de permanente leden van de Veiligheidsraad, ten behoeve van de handhaving van de vrede.

Hervorming van de Veiligheidsraad

Wat de Veiligheidsraad betreft, is een aanpassing bij de permanente leden nodig. Een eerste stap zou zijn het overbrengen van de zetels van Frankrijk en Engeland naar de Europese Unie en toelating van India als permanent lid. Hiermee zou recht worden gedaan de gewijzigde invloed van de twee eerst genoemde landen en het grote demografische en morele gewicht van het land dat na China het grootste aantal inwoners heeft.

Om tot een doortastendere besluitvorming te komen is het bovendien gewenst om het vetorecht geleidelijk af te schaffen. Aangezien er momenteel geen grote tegenstellingen tussen de permanente leden bestaan, is de tijd rijp om te beginnen het vetorecht te beperken tot een aantal onderwerpen, en over andere onderwerpen bij gekwalificeerde meerderheid te beslissen

In de huidige situatie moet de VN, om actief in te grijpen bij een crisis, een beroep doen op individuele landen voor het leveren van troepen. Dat kost veel tijd, en in die tijd kan de crisis sterk zijn geëscaleerd. Om sneller en effectiever te kunnen optreden, zou op korte termijn een kleine, permanente VN-strijdmacht kunnen worden gevormd, die rechtstreeks onder bevel staat van de VN en de secretaris-generaal. Daar zou een preventieve werking van uitgaan.

Verdere stappen

Voor verdergaande stappen is een herziening van het Handvest van de Verenigde Naties nodig. Daarbij zou de positie van de secretaris-generaal versterkt kunnen worden en een parlementaire VN-vergadering worden ingesteld.

Voor de financiering kan gedacht worden aan een VN-belasting, in de vorm van een promillage/percentage van de BTW-belasting in de lidstaten. Deze komt in de plaats van de eindeloze discussie over het aandeel van elk land in de kosten van de VN en de daarmee gepaard gaande betalingsachterstan

Regionale samenwerking

Parallel aan de versterking van de VN, is ook de intensivering van regionale samenwerking van belang. Onder een “regio” verstaat men in dit verband een continent, of een groot deel daarvan. Er zijn veel beleidsterreinen die over de landsgrenzen heen gaan, maar die niet wereldomvattend zijn. Er bestaan al veel organisaties op dit niveau. Voorbeelden zijn de Organisatie voor Afrikaanse Eenheid, de Organisatie van Amerikaanse Staten en de ASEAN.

Het tot nu toe meest vergaande regionale samenwerkingsverband is de Europese Unie. De EU staat momenteel voor een aantal belangrijke beslissingen: over de gemeenschappelijke munt, over een gemeenschappelijk buitenlands- en veiligheidsbeleid, over het toetreden van nieuwe lidstaten, over verdere democratisering en over het verbeteren van het sociale beleid.

Een succesvolle EU, waar ook de individuele burger het nut van inziet en zich bij betrokken voelt, kan een belangrijke stimulans zijn voor andere regionale federaties, en langs die weg voor intensievere mondiale samenwerking.

Versterking van het internationale recht

Versterking van het internationale recht is essentieel. Conflicten tussen staten moeten op een vreedzame manier worden opgelost. Daartoe is bijna een eeuw geleden het Internationaal Gerechtshof opgericht. Het is noodzakelijk dat alle staten de rechtskracht van het Internationaal Gerechtshof erkennen en zich vervolgens aan deze afspraken houden. Het is jammer dat bijvoorbeeld de Verenigde Staten deze stap nog niet hebben genomen.

Een belangrijk onderdeel van het internationaal recht is het veroordelen van individu-en die zich aan oorlogsmisdaden of misdaden tegen de menselijkheid hebben schuldig gemaakt. Een internationale rechtbank met deze bevoegdheid bestaat nog niet, maar zal mogelijk binnen enkele jaren worden ingesteld. Er zijn reeds zeer belangrijke stappen in deze richting gezet. De oorlogstribunalen voor Ruanda en voormalig Joegoslavië zijn niet alleen belangrijk voor het rechtsgevoel van de slachtoffers, maar ook voor het opdoen van ervaring op dit gebied en voor de ontwikkeling van het internationaal recht.

Een stap op weg naar een betere mensenrechtensituatie is de instelling van een individueel klachtrecht bij een onafhankelijke VN-commissie, naar analogie van de Europese commissie voor de mensenrechten. Hierdoor kunnen meer gevallen in de openbaarheid komen, wat een preventieve werking kan hebben

Verschillende bestuursniveaus

Op de eerste plaats kenmerkt een federale staat zich door het naast elkaar bestaan van een aantal bestuursniveaus met eigen verantwoordelijkheden. Dat wil zeggen: gemeenten, provincies enz. hebben elk hun eigen taken en zijn daarover niet aan elkaar verantwoording schuldig.

Bij de afbakening van deze bevoegdheden wordt het subsidiariteitsbeginsel gehanteerd. Dat betekent dat bevoegdheden liggen op het laagste niveau, waar deze effectief kunnen worden aangepakt. Een voorbeeld: het ophalen van huisvuil kan het beste gebeuren dooe de gemeente en niet door de provincie of zelfs het Rijk. Vuilverbranding kan daarentegen best een zaak zijn voor ee hoger niveau. Zo’n installatie heeft immers een bepaalde minimale omvang nodig om goed te kunnen werken. Bovendien blijft de rook uit de schoorsteen niet boven één gemeente hangen, maar verspreidt zich over een groter gebied.

Volksvertegenwoordiging

Van essentiëel belang is dat elk bestuursniveau wordt gecontroleerd door een rechtstreeks gekozen volksvertegenwoordiging. Deze volksvertegenwoordiging (gemeenteraad, Provinciale Staten, Tweede Kamer, Europees Parlement) heeft een beslissende stem in de besluitvorming over wetgeving. Slechts op deze wijze kan van een werkelijke democratie sprake zijn. Vanzelfsprekend is daarnaast sprake van een scheiding van wetgevende, uitvoerende en rechtsprekende macht.

Mensenrechten

Waarborging van de mensenrechten is essentieel voor de bescherming van de individuele burger tegen het overheidsapparaat. Integraal onderdeel van de grondwet is dan ook een opsomming van de onvervreemdbare rechten van elke wereldburger (zoals de Amerikaanse Bill of Rights), waar een ieder zich rechtstreeks op kan beroepen.

Federalisme is geen centralisme

Waar federalisten beslist niet naar streven is naar centralisme. De besluitvorming in Engeland en Frankrijk, waar de centrale regering de belangrijkste besluiten neemt, is niet ideaal. Ook de situatie in Nederland, waar besluiten van de gemeenteraad pas geldig worden als ze door de provincie zijn goedgekeurd, is principieel ongewenst.

Door democratisering op mondiaal niveau, respectering van de mensenrechten, verdwijnen van autoritaire regimes en grotere mondigheid dankzij een goede opvoeding en scholing zal een werelddictatuur onwaarschijnlijk zijn.

Tegenstanders van verdergaande Europese eenwording, zoals bijvoorbeeld de Conservatieven in het Verenigd Koninkrijk, schetsen regelmatig een beeld van een Europese Unie, waar de commissie in Brussel alles regelt en beslist. Zij geven hiermee bewust een karikatuur, een onjuist beeld, van wat de federalisten willen. Zij verwisselen de begrippen federalisme en centralisme.

Wereldfederalistische organisatiesn de jaren ’30 ontstonden in Engeland en de Verenigde Staten de eerste federalistische organisaties. De Federal Union is de bekendste hiervan. In 1940, tijdens de slag om Frankrijk, bood onder hun invloed de Britse regering aan Frankrijk aan om een Brits-Franse federatie te vormen om zo de strijd tegen nazi-Duitsland voort te zetten. Zoals bekend had dit geen vervolg. Frankrijk sloot liever een wapenstilstand met de Duitsers.

In de oorlog ontstond in continentaal Europa, met name in kringen van het verzet, grote belangstelling voor het federalisme. Men hoopte op deze manier een nieuwe wereldoorlog te voorkomen.

In 1947 werd een groot federalistisch congres gehouden in het Zwitserse Montreux. Daar werden overkoepelende organisaties van Wereldfederalisten en Europese Federalisten opgericht. Na enige naamsveranderingen heet de eerstgenoemde organisatie nu de World Federalist Movement (WFM). Zij is gevestigd te New York en heeft afdelingen in vele landen. De Nederlandse afdeling heet de Wereld Federalisten Beweging Nederland (WFBN)